Steeds minder opleidingsplekken binnen zorginstellingen

Zorg- en opleidingsdeskundige Simone Pieterson luidt de noodklok als het gaat om leren en werken in de zorg. Volgens haar zijn werkgevers tegenwoordig niet meer bezig met de scholing van het personeel terwijl deze juist nu erg belangrijk is. Met de huidige hervormingen, denk aan de invoering van het Omaha classificatiesysteem, hebben verpleegkundigen en andere zorgwerknemers meer dan ooit behoefte aan bijscholing. Denken op korte termijn is gevaarlijk en kan de zorgsector in gevaar brengen.

Korte personeelsbehoefte

Volgens Simone Pieterson denken veel zorginstellingen nog op korte termijn als het gaat om personeel. Ze kijken bijvoorbeeld alleen wie ze in de komende weken nodig hebben. De zorg is nog steeds een van de grootste sectoren in Nederland waar vacatures te vinden zijn, al is de vraag naar werknemers die willen werken en leren enorm gedaald. Hierdoor zijn er bijvoorbeeld steeds minder BBL vacatures voor jonge mensen die werkervaring op willen doen naast hun studie. Dat is opvallend te noemen, aangezien de vorm met werken en leren jarenlang erg populair is geweest in de zorgsector.

Stageplekken

De personeelsbehoefte op korte termijn staat bij veel zorginstellingen op dit moment centraal, maar dat zou in de toekomst wellicht problemen op kunnen leveren. De stageplekken nemen op dit moment ook af wat betekent dat het voor studenten steeds moeilijker wordt om een goede leerplek te kiezen in het gebied dat ze aanspreekt. De studenten lopen hierdoor de nodige begeleiding en kennis mis en er kan op lange termijn een overschot aan studenten ontstaan.

e-learning

Ook de opleidingen die naast het werk gedaan kunnen worden slaan steeds meer om naar korte opleidingstrajecten die vaak online te volgen zijn. Op die manier gaan er geen uren verloren aan bijvoorbeeld reistijd en kan de werknemer de opleiding zelf inplannen. De zogenaamde e-learning cursussen kunnen een uitkomst zijn voor oudere werknemers die aan omscholing denken. Hierdoor hoeven ze niet meer klassikaal lessen te volgen en kunnen ze op eigen tempo leren.

Crisis in de zorg

De groeicijfers zijn voor alle sectoren naar boven bijgesteld, behalve in de zorgsector. Hier blijft de groei hangen rond de nul.

De Nederlandse economie is sneller aan het herstellen dan de experts voorspeld hadden. De groeiverwachting zijn door bijvoorbeeld de Rabobank voor het jaar 2014 voor alle sectoren naar boven gesteld. Dit met de zorgsector als uitzondering. Daar vlakt de groei af richting de nul. Dit terwijl de vraag naar zorg blijft stijgen. De voorspelling is dat er een verschuiving plaats gaat vinden van de dure tweedelijnszorg naar het goedkope eerstelijnszorg zoals de tandarts, thuiszorg Stratum, psychologie, fysiotherapie, maatschappelijk werker enzovoort. In het jaar 2012 groeide de zorg met 2,5 procent, in 2013 was dit nog maar 1,8 procent en voor 2014 wordt slechts een groei van 0,2 procent verwacht.

Bezuinigingen

Na het beginnen van de economische crisis in het jaar 2008 was de zorg nog de enige sector die totaal geen last van de crisis leek te hebben. De uitgavengroei van de zorgsector hangt dicht samen met het overheidsbeleid. De laatste jaren stegen met name de uitgaven voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Echter wordt daar door het kabinet sterk op bezuinigt. Bij de meeste ziekenhuizen en de curatieve GGZ sloot het Ministerie van Volksgezondheid ook al overeenkomsten om zo de groei in de hand te houden. In 2013 bleek ook al dat veel mensen liever weg bleven bij de ziekenhuizen, waarschijnlijk door de hoge eigen bijdrage en de te kleine portemonnee. De zorgverzekeraars gaan er van uit dat ze met een selectieve inkoop van zorg nog veel meer geld kunnen besparen.

Veranderingen in de zorgsector

De Nederlandse bevolking verandert en zo verandert ook de vraag naar zorg. Eén van de grootste veranderingen is de vergrijzing. Aan de ene kant is de hogere levensverwachting een leuk vooruitzicht, maar neemt ook zeker uitdagingen met zich mee. Het ouder worden gaat namelijk ook gepaard met chronisch ziek worden en lichamelijk of geestelijk achteruit gaan. Ongeveer 30% van alle chronisch zieken lijdt zelfs aan meer dan één chronische ziektes. Hierdoor wordt niet alleen de vraag naar zorg groter, maar wordt deze dus ook complexer. Niet enkel het lijden aan deze ziektes maakt de vraag complexer. Er zijn nog meer factoren die hier een rol bij spelen. De grotere hiervan zijn bijvoorbeeld leeftijd, opleidingsniveau, sociaaleconomische status en de culturele achtergrond. Deze factoren hebben invloed op hoe iemand bijvoorbeeld gebruik maakt van zorg of reageert op het beleid. Meer dan de bezuinigingen alleen zijn het ook deze maatschappelijk behoeften die vorm aan het nieuwe zorgstelsel geven.